Terug naar homepagina

Welkom terug

Meld je aan om verder te trainen.

Hulp bij het kiezen van een opening

Waar begin je?

Kies eerst wat je wilt oefenen: een opening met wit, of een antwoord met zwart op wat je tegenstander speelt. Met zwart heb je doorgaans een antwoord nodig op zowel 1.e4 als 1.d4.

Begin met een repertoire dat aansluit bij je eigen partijen. Lees de setbeschrijving: sommige openingen leiden vaak tot scherpe, concrete strijd, andere leggen meer nadruk op opbouw en positioneel spel. Geen enkele opening verloopt altijd op dezelfde manier.

Open spelen — 1.e4 e5

Beide spelers bezetten meteen het centrum met hun koningspion. Stukken kunnen vaak snel ontwikkelen en de strijd om het centrum begint vroeg.

Voorbeelden: Italiaans, Spaans, Schots, Russisch, Weens en Koningsgambiet.

Halfopen spelen — 1.e4, met een ander antwoord dan …e5

Zwart kiest een andere aanpak van het centrum. Daardoor ontstaan uiteenlopende pionstructuren en plannen: van direct contact tot een voorbereiding om het witte centrum later aan te vallen.

Voorbeelden: Siciliaans, Frans, Caro-Kann, Scandinavisch, Pirc, Modern en Aljechin.

Binnen het Siciliaans bestaan bijvoorbeeld het Open Siciliaans met Najdorf en Draak, maar ook systemen zoals Alapin, Gesloten Siciliaans en Grand Prix.

Gesloten spelen — 1.d4 d5

Beide spelers zetten hun damepion in het centrum. De strijd draait vaak om druk op die pionnen, verdere piondoorbraken en de plaatsing van de stukken. De stelling kan later alsnog opengaan.

Voorbeelden: Damegambiet, Slavisch, Half-Slavisch en aangenomen Damegambiet.

Halfgesloten spelen — 1.d4, met een ander antwoord dan …d5

Zwart beantwoordt de witte damepion op een andere manier, bijvoorbeeld met …Nf6 of …f5. Sommige systemen laten wit eerst een groter centrum opbouwen; andere dagen dat centrum snel uit.

Voorbeelden: Konings-Indisch, Nimzo-Indisch, Dame-Indisch, Grünfeld, Benoni, Benkögambiet, Boedapestgambiet en Hollands.

Flankopeningen — bijvoorbeeld 1.c4 of 1.Nf3

Wit begint met invloed op het centrum vanuit de flank, of ontwikkelt eerst een paard. De opbouw is vaak flexibel en kan via een andere zetvolgorde overgaan in een opening uit een andere groep.

Voorbeelden: Engels en Réti.

Systemen die meerdere groepen kunnen doorkruisen

Sommige bekende namen beschrijven vooral een stukkenopstelling of speelwijze. Ze passen daardoor niet altijd netjes in één vakje.

  • Londen: wit ontwikkelt doorgaans vroeg de loper naar f4, meestal met pionnen op d4 en e3.
  • Jobava Londen: wit combineert doorgaans d4, Nc3 en Bf4, met mogelijkheden voor actief en aanvallend spel.
  • Catalaans: wit combineert meestal d4 en c4 met een koningsfianchetto: g3 en Bg2.
  • Colle en Torre: systemen rond een herkenbare stukkenopstelling, met verschillende mogelijkheden afhankelijk van zwarts antwoord.

Deze systemen kunnen tegen verschillende zwarte opstellingen worden gespeeld.

‘Open’, ‘halfopen’ en ‘gesloten’ verwijzen hier naar de klassieke indeling volgens de beginzetten. Ze voorspellen niet hoe de hele partij zal verlopen. Je hoeft die indeling niet te kennen om te beginnen: kies vooral iets dat je graag wilt spelen en regelmatig kunt oefenen.

drie van de talloze voorbeelden

Dit betekent praktijkgericht trainen

Een engine rangschikt zetten op schaaksterkte. De explorer laat zien wat mensen daadwerkelijk spelen. Een Zetwijs repertoire gebruikt beide.

Deze tegenzetten krijgen bij Zetwijs wél een plaats in je repertoire. Voor jouw repertoirekleur kiezen we vervolgens de beste zet volgens onze engineanalyse.

Praktijkdata: Lichess Open Database. Enginevergelijking: Stockfish lite · diepte 16 · vijf varianten. Percentages zijn afgerond.

Zo werkt Zetwijs